Artikelen

Hieronder vindt u vier artikelen van de hand van Hans Snijders en 1 interview met Hans uit het blad Mirakel. Klik op de link om direct naar het juiste artikel te gaan:

Sacrament van de stilte
Van Heilige Onrust naar Theosis

Het gaan van de Weg 
En nu aan  “ Het Werk “


Arikel in Mirakel juli-augustus 2013 (interview door Marjet de Jong)


 

Sacrament van de stilte

Aanwezig zijn zoals op onderstaande meditatietekst is een belangrijk onderdeel van de Christelijke scholingsweg.

Sacrament van de stilte
Meditatie en contemplatie

Ruimte zijn is: aanwezig zijn zonder enige identificatie.D.w.z.: zonder je te verbinden met de continue stroom van gedachten, gevoelens, beelden, wilsimpulsen en zintuiglijke indrukken.
Open zijn met een helder hoofd, geopend naar de Hemelen om zo de krachten van de Hemelen te kunnen ontvangen.
Open zijn met schone handen, uitreikend naar de ander.
Open zijn met sterke benen, stevig geworteld in de aarde, om zo de krachten van de aarde te kunnen ontvangen.
Open zijn naar voren, onbevangen – vol vertrouwen naar wat komen gaat.
Open zijn naar achteren, weet hebben van de geschiedenis, maar elke pijn, negatieve gevoelens en gedachten steeds meer loslatend.
Open zijn naar rechts, actief in het nu
Open zijn naar links, ontvankelijk in het nu ( beiden liefst in balans )
Met als centrum het mystieke hart, steeds beter in staat Gods liefde te ontvangen en te weerkaatsen.
Door zo ruimte te zijn kan het leven optimaal geleefd worden en volkomen aanvaard worden.
Steeds meer toegroeiend naar “ Niet mijn wil, Heer, maar Uw wil geschiede ”
Zo ruimte zijn is de basis voor werkelijke ont-moeting, gebed, ritueel en sacrament.
Zo ruimte zijn is een onderdeel van een Christelijke scholingsweg.


Van Heilige Onrust naar Theosis.

De westerse christen is vergeten dat het christendom in de eerste eeuwen een scholingsweg was. Een weg voor een persoon die onrust in zijn hart voelde, en dat herkende als de roepstem van God.

De scholingsweg had tot doel dat, meestal zeer geleidelijk, er een  transformatie plaats vond van de persoonlijkheid, waarna de ziel langzamerhand de leiding over zou nemen. Het is duidelijk dat dit alleen kan vanuit een vrije keuze, niet uit b.v. angst of sociale dwang.
Dit kan de mens ook niet zelf, hij wordt wel geacht om op zijn manier zijn best te doen ( b.v. gebed, meditatie, lectio devina, vermijden van negatieve gedachtes en gevoelens etc. etc. ),maar uiteindelijk is het God die het werk doet.

Het grote probleem van onze tijd is dat er zoveel onrust is; het in aanvang zachte fluisteren van de ziel wordt overschreeuwd. Ik zal proberen een aantal oorzaken van die onrust te beschrijven.

  • In de westerse cultuur is het de gewoonte om de baby na de voeding weg te leggen, meestal in een andere ruimte, want als de baby huilt en je zou hem oppakken en troosten dan zou je hem verwennen. Ook in deze tijd zijn er nog veel jonge moeders die daar bang voor zijn. Dit betekent dat, als de baby huilt en niet getroost wordt, de baby verdrietig, bang en eenzaam is. Aangezien de blauwdruk van onze persoonlijkheid rondom het 4de levensjaar gevormd is ( er is nog geen denken c.q. zelfreflectie) zal de rest van de persoonlijkheid zich in de volgende jaren vormen naar deze blauwdruk. Ieder mensenkind hunkert naar tederheid en lichamelijke intimiteit,  het gemis hieraan is in onze cultuur voor velen een probleem en later een bron van onrust.
  • De kleuter moet opgevoed worden om een goed lid van de maatschappij te worden, dit betekent dat hij regelmatig berispt zal worden. Als je als volwassene al bemerkt dat je bij het krijgen van feedback je je al (lichtelijk) afgewezen voelt, dat zal dat zeker gelden voor het kleine kind. Verreweg de meesten gaan dan, afhankelijk van het genetisch materiaal en de reactie van de opvoeders, proberen liefde te verdienen. Maar liefde kun je niet verdienen. Ook hier geldt hetzelfde verhaal van de blauwdruk, ook dit levert later redenen voor onrust.
  • De derde reden is het ervaren van een gemis aan zingeving. Ook dit geeft onrust. Zinvol leven kan ervaren worden in het horizontale vlak, zorg voor het gezin, zinvol werk, sociale activiteiten etc. Een diepere zin kan ervaren worden vanuit het verticale vlak; gehoor geven aan de roep van de ziel.

Door deze 3 redenen leven wij in een cultuur vol onrust, om deze onrust te bestrijden proberen wij ons bezit te vergroten b.v. een duurdere auto, meer vakanties naar verre oorden, meer macht te hebben etc. etc. (het hebben van een zaak is het einde van het vermaak). Doordat je niet tevreden bent met wat je hebt is dit weer een bron van onrust. We drukken de onrust de kop in met middelen die zelf weer onrust oproepen b.v. sociale media, games, internet of diverse verdovingstechnieken.

Als iemand het gevoel heeft dat de onrust wordt veroorzaakt door de roepstem van de ziel / God kan degene er voor kiezen dit te onderzoeken.
Gelukkig leven wij in een traditie die vanoudsher weet heeft van die scholingsweg, routekaarten zijn beschreven ( b.v. door Theresa van Ávila). Deze weg kan je niet alleen gaan, je hebt een begeleider nodig die verder is op deze weg, en ook weet van de gevaren op die weg.

In het gaan van de weg ligt het doel al besloten; God leren liefhebben met geheel je hart, geheel je ziel, met geheel je verstand  en met al je kracht. Dit is een weg met steeds opnieuw vallen en steeds opnieuw opstaan. Het oosterse christendom vertelt ons dat wij door genade kunnen worden wat Jezus van nature was. Dit is Theosis. Dit is een zodanige transformatie dat de mens Maagd wordt waarin Christus geboren wordt.

Door Zijn dood en opstanding is Jezus een eeuwig durende “ Brug “ geworden tussen hemel, aarde en hel, waardoor verlossing mogelijk is en blijft.
Aan ons wordt gevraagd om ook “ Brug “ te worden door ons te oefenen in ruimte zijn, zoals beschreven in: Het Sacrament van de stilte.
Op ieder moment dat wij ruimte zijn, zijn wij even “ brug “ tussen hemel en aarde, en voor de groten onder ons zoals b.v. Pater Pio is er een brug tussen hemel, aarde en hel.
Deze ruimte gebruikt God om nog niet verlost leven te verlossen.

Dit is een bijzondere vorm van: “ Heb je naaste lief als jezelf “.

Het gaan van de Weg

Vanaf het allereerste begin werden Christenen “ mensen van de weg “  genoemd; het is een weg om een innerlijke transformatie te bewerkstellingen.

Al voor het einde van de eerste eeuw was het christendom een mystieke scholingsweg geworden, dit bleef ze tot het christendom een staatsgodsdienst werd.

Toen gingen de veranderingen erg snel, het instituut kerk won snel aan macht en politieke invloed. Er ontstond een duidelijke hiërarchie en dogmatiek. Al vrij snel ging de mystieke (esoterische) scholingsweg naar de zijlijn, werd verketterd en moest zelfs vaak ondergronds, maar is nooit helemaal verdwenen.

Het grote verschil is dat, bij de mystieke scholingsweg, de leerling een transformatieproces onderging om zelf ervaringskennis van het Goddelijke op te doen. Bij de officiële kerk werd de leerling geleerd dat het voldoende is om informatiekennis op te doen (catechese), de geboden na te leven en deel te nemen aan de sacramenten.

Gelukkig heeft de kerk grote mystici voortgebracht, met vaak als gevolg dat het instituut een vernieuwing onderging (terug gaan naar waar het werkelijk om ging). Toch bleef de relatie tussen het instituut en de mysticus meestal op gespannen voet, beducht als het instituut was  en is voor ondergraving van de vastgestelde kerkelijke leer.

In de jaren 60 van de vorige eeuw was er opnieuw een toenemende belangstelling voor de mystiek, maar omdat de mystiek in het Westen, ook in de kloosters, op een zeer laag pitje stond, zochten Westerlingen het in de Yoga en in het Boeddhisme. Gelukkig is er de laatste jaren een toenemende belangstelling voor onze eigen bronnen in het christendom.

In de  “gewone“  kerkgang zie je 2 voorstadia van de mystieke weg:

  1. Vooral als een sociaal gebeuren: ontmoeting, ergens bij horen, vorming van normen en waarden
  2. Leerlingen die meer willen, bv door een cursus te volgen of zelfstandig of in een groep   Bijbelstudie doen , eigen tijd voor gebed etc.   Dus duidelijk meer tijd en aandacht  geven aan het geloofsleven. Heel vaak valt de leerling terug naar punt a door omstandigheden van het leven.

Voor het gaan van de mystieke scholingsweg moet je een  “ heilige “  onrust gaan voelen; er ontstaat aantrekkingskracht. Dit zie ik op 2 manieren gebeuren:

  1. Bij mensen die voldoende gerijpt zijn door het leven en voor wie het ego minder belangrijk is geworden.
  2. Bij mensen bij wie het ego plotseling en radicaal onderuit is gehaald bv door het verlies van een dierbare, verlies van gezondheid.

De roep van de Heilig wordt gehoord, een weg wordt gezocht. Tegenwoordig is er voldoende goede literatuur te vinden, beter is het nog om iemand te zoeken die zelf deze weg al langer gaat.
Je werkelijke (bege)leider is de Heilige, de ander kan als gids functioneren.
De weg zelf wordt binnen de traditie in diverse stadia onderscheiden: de ene traditie kent   3 stadia, de andere  4, weer een andere onderscheidt  7  stadia.
Boeiend is dat, uit onderzoek gebleken is, diezelfde stadia terug te vinden zijn in de mystieke scholen van de andere grote godsdiensten. De fases zijn hetzelfde, wel kunnen er grote culturele verschillen bestaan. Op papier kunnen de stadia scherp onderscheiden zijn, in de praktijk vloeien ze in elkaar over en zijn er vaak grote overlapgebieden.
Toch is het belangrijk de gids de stadia kent, want elk stadium heeft zijn eigen adviezen tijdens het gaan van de weg. Ook is de gids belangrijk omdat er risico`s zijn bij het gaan van de weg. Je kunt deze weg individueel gaan, maar ook als lid van een groep. Als lid van een groep kun je aan elkaar bemoediging en steun ervaren.

Eén van de belangrijkste lessen, gedurende de hele weg, is dat DE persoonlijkheid niet bestaat, maar is opgebouwd uit vele, vele ikken. Ikken verschillend  in leeftijd, in kracht en met een verschillende emotionele lading.
Als een mens besluit op weg te gaan is er een aantal ikken die het initiatief nemen, de rest vindt het wel goed zolang ze er geen last van hebben.
Vroeg of laat ontstaat er strijd tussen de ikken; ikken die het aanvankelijk best vonden maar zich nu benadeeld gaan voelen. Het is belangrijk dat de leerling weet dat deze strijd bij de weg hoort, het zou anders reden tot opgeven zijn.
Deze strijd kan heel lang duren, vaak stopt een leerling ( zie bv het verhaal van de rijke jongeling ). Het is belangrijk om steeds te blijven beseffen dat het de Heilige is die het eigenlijke werk doet. Wij worden uitgenodigd om mee te werken met vallen en telkens weer opstaan.
Ook komen er op de weg woestijnen voor, gevoelens van leegte, zinloosheid en gevoelens die lijken op een depressie. Dit kan weken, maanden en soms zelfs jaren duren.
Ook dan is de gids belangrijk om te voorkomen dat de leerling naar de huisarts gaat en misschien antidepressiva krijgt.
De gids zal vertellen dat ook dit bij het gaan van de weg hoort. De traditie zegt zelfs:

 “ Geen woestijn, geen vooruitgang “  .

Ook kan het tegenovergestelde plaatsvinden: er ontstaat een sterke, soms fanatieke religieuze ik, overtuigd van zijn/haar eigen gelijk (wat zelfs kan ontaarden in religieus geweld).
Deze ik kan erg vroom zijn, trouw aan de kerk, maar als het er op aan komt wint de religieuze wet het van het hart: de ziel krijgt totaal geen kans meer.
Gedurende de hele weg, maar vooral tijdens de eerste stadia, vindt er een zuivering van de persoonlijkheid plaats. Imago wordt steeds minder belangrijk, langzaam word je steeds meer zoals God je bedoeld heeft. Langzaam wordt de persoonlijkheid transparanter. De ziel wint aan kracht en heel, heel langzaam is de leerling in staat het geluid van de ziel te horen en om er ook gehoor aan te geven. De persoonlijkheid komt steeds meer ten dienste van de ziel.
En dan wordt heel, heel langzaam de bede waar:  “ niet mijn wil, maar Uw wil geschiede “.
Maar ook dan, en juist dan, kan er plotseling weer strijd opvlammen. Eén van de ikken kan niet langer akkoord gaan, maar er kan ook weerstand vanuit de buitenwereld ontstaan of van andere krachten. De gids blijft belangrijk.
Hierna volgen er nog andere stadia, maar voor dit moment is dit voldoende.
Het uiteindelijke doel is dat de leerling brug wordt tussen hemel en aarde (al is het telkens maar voor even), zoals in het voorgaande artikel is beschreven.

Het verhaal van de Uittocht (Exodus) is een prachtig verhaal over gaan van de weg.


En nu aan  'Het Werk'

Jezus vertelt ons dat wij opnieuw geboren moeten worden. Het Boeddhisme leert dat  wij 'wakker' moeten worden. Plato vertelt in zijn beroemde verhaal over de grot dat wij leven in duisternis.
Gurdjieff zegt dat wij automaten zijn; volkomen geconditioneerd.

In de eerdere artikelen heb ik uitgelegd dat dit transformatieproces alleen kan plaats vinden met behulp van de Heilige, en dat wij zijn oproep kunnen beantwoorden met gebed, meditatie, rituelen etc. Hiermee gaan we op weg van fase 1 naar fase 2. Verder komen zal vrijwel onmogelijk zijn, behalve door een buitengewone genade, tenzij wij werkelijk gaan beseffen dat de persoonlijkheid uit vele, vele ‘ ikken ‘ bestaat. Dit is een jarenlang leerproces omdat dit veel meer betekent dat een intellectueel weten.

Beseffen hoe moeilijk het is om ‘aanwezig te zijn’ en niet meegesleurd worden met de continue stroom van gedachten, gevoelens, beelden en wils impulsen.

De boven genoemde Gurdjieff (Armeens mysticus uit de vorige eeuw) heeft oefenmateriaal ontwikkeld om dit transformatieproces aan te gaan, hetgeen naadloos aansluit aan de Christelijk traditie. Eerst dient zich er een  observatie ‘ik‘ te ontwikkelen. Een ‘ik’ die mild is en waarneemt, zonder enig oordeel.  En o, wat is het moeilijk! Want in het kijken en luisteren zelf zit vaak al een oordeel. Deze observatie ‘ik’ kan met behulp van jarenlange meditatie, en diverse oefeningen (wat momenteel ‘mindfulness’ genoemd wordt) uitgroeien tot momenten van ‘ruimte zijn’ (zie voorafgaande artikelen).

Ik zal een aantal voorbeelden geven waarvan ik aanneem dat iedereen er vele van kan herkennen.

Deze ‘ikken’ zijn op diverse leeftijden ontstaan, hebben hun eigen energie en emoties.

• ‘ikken’ die slachtoffer zijn
• ‘ikken’ die de schuld altijd bij de ander of de maatschappij leggen
• ‘ikken’ die altijd klaar staan voor een ander, maar dat doen om b.v. aardig gevonden te worden
• ‘ikken’ die zichzelf goed praten (niet zo bedoeld, verkeerd begrepen etc.)
• ‘ikken’ die bezig zijn de eigen geschiedenis te herschrijven
• ‘ikken’ die trots en ijdel zijn
• ‘ikken’ die er alles voor over hebben om hun imago in stand te houden

Wie kent niet de innerlijke discussie tussen de ene ‘ik’ en de andere ‘ik’?

Maar het kan ook zijn dat b.v. in de ochtend de ene ‘ik’ de leiding heeft die later op de dag plaats moet maken voor een andere ‘ik’. (zie b.v. goede voornemens)

Gurdjieff leert ons dat wij het recht hebben om niet negatief te zijn, maar wat is het moeilijk om niet mee te gaan met negatieve gedachten en emoties. Niet alleen de media staan er vol mee, maar voor velen van ons zijn boeken en films alleen interessant als er intriges zijn, als er geweld is, als er overspel in voorkomt etc. Zelfs in een normaal gesprek is het moeilijk om een roddel een halt toe te roepen.

Negatieve emoties zijn in 3 lagen te onderscheiden, van ieder zal ik 2 voorbeelden noemen, maar er is een veelvoud van.

• Ongeduld en irritatie, voor beiden geldt: wordt het je bewust en stop er mee (en steeds weer opnieuw) 
• Wrok en achterdocht, deze zijn niet zomaar los te laten, dit is een stemming die uren of zelfs dagen kan duren. Een stemming die al het andere inkleurt en beïnvloedt. Om dit los te kunnen laten is meditatie en een andere manier van denken nodig.
• De meest diepe laag is b.v. kwaadaardigheid of zinloosheid. Dit is alleen te transformeren door gebed.

In de gewone psychologie, maar ook in het pastoraat, wordt vooral gewerkt aan het verbeteren en versterken van de persoonlijkheid. Dit naar het gangbare mensbeeld van de tijdgeest. Er ontstaan nieuwe ‘ikken’, ‘ikken’ die versterkt worden, maar ook zijn er ‘ikken’ die moeten dimmen of zelfs ondergronds moeten gaan. Het esoterisch Christendom leert ons daarentegen dat de persoonlijkheid transparant moet worden opdat de ziel kan groeien. Hiervoor is het nodig dat de begeleider zelf begeleidt vanuit 'ruimte zijn'.

In het proces van groeien naar ‘ruimte zijn’ kunnen we telkens opnieuw negatieve ‘ikken’ in het hart opdragen = offeren aan de Heilige opdat de Heilige ze kan transformeren. Dit is een proces van telkens opnieuw vallen en opstaan.

Nogmaals, voor alle duidelijkheid, dit proces kan alleen plaatsvinden door de roep en met behulp van de Heilige. Dit is een levenslange weg.

Hans Snijders.



Arikel in Mirakel juli-augustus 2013

Interview

door Marjet de Jong

Hans Snijders (1952) heeft een hele weg achter de rug. Hij begon als fysiotherapeut en manueel therapeut, raakte steeds meer geïnteresseerd in de geest. Hij volgde een yogaopleiding en de katholieke diakenopleiding. Hij werd diaken gewijd en werkte onbezoldigd in de dak -en thuislozenopvang, naast zijn therapeutische praktijk. Maar de onrust bleef, tot hij kennismaakte met een centrum voor christelijke meditatie. ‘Dat was thuiskomen’. De praktijkruimte aan huis weerspiegelt de brede aanpak van Hans Snijders. Er is een behandeltafel, er zijn boeken en

oefenmaterialen. Maar ook symbolische voorwerpen, stukken steen, een klankschaal en vooral vlinders. ‘Psyche betekent zowel ziel als vlinder, vandaar’.

Hoe kwam je op dit spoor?
Ik merkte dat mensen met lichamelijke klachten vaak ook problemen hebben met de psyche, met zingeving. En zingeving missen in je leven, is een van de meest ziekmakende factoren. Neem de midlifecrisis: naast psychische factoren is mijn overtuiging dat die ook kan ontstaan doordat de ziel aan bod wil komen. Als je niet in de ziel gelooft, heb je een probleem...

Hoe bedoel je dat?
Stel, je ervaart innerlijke onrust. Als je niet erkent waar die vandaan komt, dan ga je de oplossing buiten jezelf zoeken: ‘Ik moet van baan veranderen’, of ‘dit gezin is niet ideaal’. Mensen gooien het roer radicaal om en dat is een half jaar leuk, maar dan is de onrust terug en heviger. Ik heb dit zelf meegemaakt. Ik voelde de innerlijke onrust, en telkens meende ik het antwoord te hebben gevonden: ik deed de diakenopleiding en dacht ‘dit is het’, ik volgde kloosterweekenden, ik heb Raja yoga gedaan en begeleiding gehad van een jezuïet die Zenleraar was. Ik heb er ontzettend veel aan gehad, maar de onrust kwam terug. Toen kwam ik de Stichting Arcana tegen, die opleidt in de christelijke meditatie en contemplatie. Mensen uit alle richtingen komen er bij elkaar, van bevindelijk protestants tot ook een priester. Toen voelde ik: dit is het.

Wat klikte er zo goed?
De christelijke meditatievormen zijn onnoemelijk rijk, en we weten er eigenlijk maar weinig van. We zoeken meditatie in andere culturen, maar je vindt het in onze eigen traditie, vaak in de vorm van een weg met stappen. Bijvoorbeeld bij Theresia van Avila. Je ontdekt: Christus kan ook in mij geboren worden.

Is het volgen van die stappen iets voor ‘gevorderden’?
Ik zou liever willen zeggen: voor ‘geroepenen’. Mensen die een onrust voelen die niet weg te poetsen valt. Dan is het goed om te weten dat er een weg is. Niet om ‘iets te bereiken’... want dat is een streven van de ‘persoonlijkheid’. De bedoeling is juist dat de ziel de leiding neemt. Dat kan een hele ervaring zijn. Dingen die je vroeger leuk vond, zeggen je steeds minder: oorlogsfilms, shoppen, overwerken, internet, allerlei vormen van verslaving. Je gaat voelen dat er ‘lagen’ om je oorspronkelijke kern heen zijn gegroeid, rondom je pure kinderziel die zich moest beschermen tegen pijn en verdriet. Door beschouwing kun je terugkomen bij je ziel, je echte vreugde.’

Hoe kijk je tegen je diakenwijding aan?
De wijding zelf was een intense ervaring en werkt nog steeds door. De diaconale taken gaven me veel voldoening. Als ik terugkijk op wat we met het dak -en thuislozenwerk hebben bereikt, ben ik heel tevreden. Later ging ik nog wel voor in vieringen, maar dat zat me niet lekker: ‘Dit klopt niet, als je verder geen parochiewerk doet’. En nu vier ik mee ‘achter in de kerk’. Het wordt me weleens verweten. Maar ik heb me anders ontwikkeld, ben nu in een laag waarin ik voor de kerk méér kan betekenen. Wij mensen zijn geroepen om een brug te zijn tussen hemel en aarde. Dat kan alleen als je helemaal open aanwezig bent, als ruimte. Dan kan God door jou werken op aarde. Het is een heel oude taak om brug te zijn. Verdriet bijvoorbeeld niet opzij duwen, maar ook niet erin zwelgen. De christelijke meditatie leert je erbij te blijven, het te laten ‘borrelen’. Dit helpt ook het verdriet van anderen op te lossen. Dat kunnen we allemaal leren.’

Jouw roeping heeft een heel nieuwe vorm gevonden...
Ja, dat denk ik wel. Ik voel me nu meer diaken dan ooit! Ik werk nog steeds met mensen die in nood verkeren, ik draag nog steeds mee. Mensen coachen was mijn voornaamste werk, het behandelen van pijn, nekpijn, vastzitten, maar ook pijn van verlaten zijn door de partner. Nu na twaalf jaar opleiding christelijke meditatie, wordt het tijd om meer te gaan werken met de ziel. Ik hoop dat meer mensen hun roeping onderzoeken. En dat mensen die dat herkennen, bij mij mee komen doen met de kennismakingscursus. Als het Gods bedoeling is, zal dat mijn hoofdtaak worden.

Christelijke meditatie lijkt vrij onbekend, waarom?
Ik denk omdat mensen het niet wéten. Met meditatie wordt in de kerk niet echt geoefend. Er is vaak veel afleiding in de vorm van muziek of uitleg in woorden, in plaats van de symbolen hun werk te laten doen. Bijbelverhalen worden vaak psychologisch uitgelegd. Terwijl die verhalen vaak ‘de weg’ wijzen. Denk maar aan het verhaal van de verloren zoon.

Wat zou je in de parochie meer willen zien?
Waarom zouden we het werkelijk bidden voor mensen niet opnieuw kunnen invoeren? De liefdevolle aandacht met elkaar beoefenen, ik geloof dat daar grote kracht in schuilt. Op die manier stil zijn, heeft te maken met je oorspronkelijkheid. Kijk naar kinderen: ze kunnen eindeloos spelen met stenen, zand, takjes. Maar al gauw komt er speelgoed met knoppen in huis, iets wat op afstand beweegt. Het vermaak komt van buiten en het kind verleert het genieten vanuit zichzelf.

Wat is je tip voor de zomer?
Mijn tip is: genieten! Wees open, verwonder je. Ga de natuur in. Voor mij is de schepping het eerste boek van God, de bijbel het tweede. Wees dankbaar voor wat we allemaal hebben. Neem gas terug. Ren niet van het ene vermaak naar het andere.

`... durf je te ‘vervelen’?
Durf te sudderen... te lummelen... Voel je onrust opkomen, blijf daar dan bij en kijk wat er gebeurt. Misschien kom je een oud zeer tegen. Verdoof het niet, probeer gewoon eens één van

je verdovingen los te laten. Daar is vakantie voor.’

 -
(klik hier om het artikel als pdf in het blad Mirakel te openen)